Heel veel mensen denken van eh ‘Me vrijheid gaat nu weg’

De NOS heeft afgelopen week een artikel gepubliceerd onder de titel ‘Avondklokzaak Viruswaarheid is rechtsstaat in optima forma over het al dan niet afschaffen van de avondklok. In dat artikel stond ook een filmpje met wat voxpopjes, onder andere van een jonge vrouw. De voxpopjes waren ondertiteld (dat kan gebeuren) – en over die ondertiteling verbaasde ik me. Hier leg ik uit waarom.

Dit is wat er in de ondertitels stond terwijl de jonge vrouw aan het praten was.

Ik denk wel dat heel veel mensen denken … ‘mijn vrijheid gaat nu weg’, maar ik denk ook dat de mensheid zich moet realiseren … als wij dit nu niet doen en dit blijft zo doorgaan dat corona ook veel langer blijft. En dat we dan nog veel langer in een lockdown zitten dan als we nu gewoon even blijven volhouden.

En dit is hoe ik dat wat de vrouw zei, zou opschrijven in een exacte orthografische weergave. Let wel: dit is niet hoe de ondertitels er volgens mij zouden moeten uitzien. Daar kunnen we het straks nog over hebben. Het is een poging om dat wat de vrouw zei, zo nauwkeurig mogelijk in geschreven taal te vangen zonder gebruik te maken van speciale tekens die in taalkundige transcripties gebruikt worden.

Ik denk wel dat heel veel mensen denken van eh ‘me vrijheid gaat nu weg’, maar ik denk ook dat de mensheid moet realiseren van als wij dit nu niet doen en dit blijft zo doorgaan dat de corona ook veel langer blijft. En eh dat wij dan nog veel langer in een lockdown zitten dan als wij nu gewoon even blijven volhouden.

Laten we op zoek gaan naar de verschillen – aan de hand van zes kleine woordjes:

Weiterlesen

Over de uitspraak van ‘bondage’

Ik kijk weleens naar Per Seconde Wijzer. Het is een leuke quiz – en ik ben altijd weer benieuwd welke plaats- of persoonsnamen Erik Dijkstra deze keer verkeerd gaat uitspreken. Met de uitspraak van zelfstandig naamwoorden gaat het meestal beter, maar laatst meende ik hem op een rare uitspraak te hebben betrapt. Ik weet niet meer waar de vraag over ging en het doet er ook niet toe, maar één van de woorden die hij voorlas, was bondage (in de betekenis ‘mensen vastbinden met wederzijds goedvinden’). Erik Dijkstra zei [bɔnˈdaːʒə], alsof de spelling bondáázje was. Bondáázje? Volgens mij spreek je het woord in het Nederlands uit alsof je het bóndutsj schrijft – of [ˈbɔndət͜ʃ] in fonetisch schrift.

De een roept dit, de ander dat. Op die manier kom je er niet uit. Er zat dus niks anders op dan het maar weer aan de mensen te vragen, meer specifiek: de mensen op Twitter.

Dit is de vraag die ik stelde, en dit zijn de resultaten:

Laten we de resultaten even samen doorlopen: allereerst valt op dat erg weinig mensen hebben meegedaan aan deze poll (54 in totaal). Mensen waren ook niet zo happig om de poll te retweeten. (Daarom een bijzondere dank aan degenen die wel hebben meegedaan of de poll wel hebben geretweet!) Als we het aantal stemmen afzetten tegen de 1578 stemmen bij de laatste poll, is dat bijna niets, nog geen vier procent. Misschien zijn er minder mensen die een mening over de uitspraak van het woord hebben of vonden veel mensen het onderwerp toch een beetje te pikant (ook al kan ik sowieso niet zien wie heeft meegedaan). Niks aan te doen, maar toch jammer. Ik ga desondanks doen alsof de resultaten iets zeggen over de manier waarop bondage door sprekers van het Nederlands wordt uitgesproken.

Weiterlesen

Over de uitspraak van ‘eunuch’

Wat is een eunuch? Dat is niet moeilijk te achterhalen: volgens Wiktionary gaat het om een “gecastreerde bewaker van een harem”. Andere woordenboeken zeggen ongeveer hetzelfde. Maar hoe spreek je het woord uit? Ook daar zijn bronnen voor: Wiktionary heeft een geluidsopname waarin een stem te horen is die /ˈøː.nəx/ of iets dergelijks zegt. (De tekens tussen de schuine strepen zijn fonetische symbolen die volgens de conventies van het Internationaal Fonetisch Alfabet worden gebruikt. Lees hier meer over het klankinventaris van het Nederlands.) In het gratis woordenboek op de website van Van Dale is het woord als eu·nuch aangegeven. Daaruit kunnen we opmaken dat het twee lettergrepen heeft en dat de klemtoon op de tweede daarvan zou liggen. In de ABN-uitspraakgids van P.C. Paardekooper uit 1978 is het woord als /œʏ̯ˈnyx/ opgenomen, dus met de klemtoon op de tweede lettergreep en met de /y/ van Ruud. Even samenvatten: er is één woordenboek dat suggereert dat de klemtoon op de eerste lettergreep ligt, terwijl twee andere woordenboeken het tegendeel beweren. Het feit dat verschillende bronnen niet dezelfde informatie geven, betekent niet dat de één het goed heeft en de anderen fout zitten. Maar het duidt op variatie – dat wil zeggen dat verschillende sprekers het woord op verschillende manieren uitspreken. Om erachter te komen hoe het zit, moeten we verder kijken dan in de woordenboeken.

Als je wil weten of er variatie is, is er maar een manier: je moet het aan de mensen vragen. Dat deed ik op Twitter. Velen deelden mijn oproep, velen stemden. Hartelijk dank aan iedereen die eraan heeft bijgedragen dat ik nu van 1578 mensen (ongeveer) weet hoe ze het woord eunuch uitspreken. Een van de grote voordelen van Twitter-polls is dat het enorm makkelijk is om er een te beginnen en nog makkelijker om eraan deel te nemen (mits je op Twitter zit). Een van de grote nadelen ervan is dat we vrij weinig weten over de deelnemers aan de poll. Zijn het Nederlanders, Belgen, Surinamers of komen ze nog ergens anders vandaan? Spreken ze überhaupt Nederlands? (Je kunt ook voor de gein aan polls deelnemen waarvan je niet eens de vraag snapt.) Hoe oud zijn ze? Is Nederlands hun enige taal? Het enige wat we weten, is dat ze aan de poll hebben meegedaan. Daar moeten we het maar mee doen.

Ik was geïnteresseerd in twee kwesties: ten eerste de klemtoon (eerste of tweede lettergreep); ten tweede de uitspraak van de eerste klank van het woord eunuch (zoals in het woord beu of zoals in het woord bui). Mensen mochten kiezen tussen vier opties (dat is het maximale aantal voor Twitter-polls):

Weiterlesen

Der kurze Weg nach Kompiembiga

Ich sitze beim Frühstück und lese auf der Seite der Deutschen Welle eine Meldung mit der Überschrift Viele Tote bei Anschlagsserie in Burkina Faso. Der erste Absatz lautet:

Der tödlichste der drei Angriffe fand auf einem Viehmarkt in der Provinz Kompienbiga im Osten des Landes statt. Nach Angaben der Regierung starben dort mindestens 25 Menschen. Angreifer seien auf Motorrädern in den Markt eingedrungen und hätten um sich geschossen, berichtete ein Augenzeuge der Nachrichtenagentur AFP. Die Nachrichtenagentur AP zitiert einen weiteren Augenzeugen, nach dessen Aussage es bei der Attacke in Kompienbiga sogar mehr als 50 Tote gegeben haben soll.

Wenn ich etwas über einen Ort lese, den ich nicht kenne, schaue ich meistens kurz nach, wo genau er sich befindet. Burkina Faso könnte ich auf einer Karte von Afrika vielleicht noch halbwegs einordnen. Aber Kompienbiga? Ich gebe den Namen bei Google Maps ein. »Für ›Kompienbiga‹ wurden keine Ergebnisse gefunden.« Keine Ergebnisse für eine Provinz in Burkina Faso? Vielleicht ist der Name falsch geschrieben. Ich suche bei Google News nach Burkina Faso, um weitere Meldungen zu dem Thema zu finden, aber außer der Deutschen Welle scheint zum Zeitpunkt meiner Suche fast keine deutschsprachige Quelle über den Anschlag berichtet zu haben. (Das Einzige, was ich finde, ist eine sehr kurze Meldung beim Deutschlandfunk, der zufolge der Anschlag »im Osten des Landes« stattgefunden hat.)

Aber ich kann ja noch andere Sprachen. Ich wechsle in Google News die Sprache auf Englisch (United Kingdom) und finde unter anderem einen Artikel der BBC. Die Überschrift lautet: Burkina Faso gunmen ‘kill dozens’ at cattle market in Kompienga (Bewaffnete in Burkina Faso ›töten Dutzende‹ auf Viehmarkt in Kompienga; diese und alle weiteren Übersetzungen sind von mir). Die ersten beiden Sätze lauten:

Weiterlesen

Auf ein Glas mit dem Wi(e)rtschaftsminister

Wenn Leute miteinander verwandt sind, kann man das manchmal sehen. Bei Sprachen ist es nicht anders. Wenn Sprachen (oder anders formuliert: Varietäten – ein Oberbegriff für Sprachen, Dialekte und alles dazwischen) einen gemeinsamen Ursprung haben, gibt es Gemeinsamkeiten in allen Bereichen: Aussprache, Wortstruktur, Satzbau usw. Auch verwenden eng verwandte Sprachen oft ähnliche Wörter für dieselben Dinge. Dann kann man eventuelle Gemeinsamkeiten noch leichter erkennen. Dem deutschen Wort Apfel zum Beispiel entsprechen das englische Wort apple und das niederländische Wort appel, die man offensichtlich ein bisschen anders schreibt als das deutsche Wort (und zwar, weil man sie auch ein bisschen anders ausspricht) – aber die Verwandtschaft ist erkennbar. Dem Wort Apfel entspricht aber auch das französische Wort pomme. Auf Basis dieser vier Wörter muss man davon ausgehen, dass das Französische mit dem Deutschen weniger eng verwandt ist als das Niederländische und das Englische. (Das stimmt auch, aber vier Wörter sind zugegebenermaßen eine etwas magere Datengrundlage.) Dass Apfel gerade im Deutschen (genauer: im Standarddeutschen, das umgangssprachlich auch als ›Hochdeutsch‹ bezeichnet wird – grob gesagt: tagesschau-Deutsch) einen pf-Laut hat und im Englischen (genauer: im Standardenglischen) und Niederländischen (genauer: im Standardniederländischen) einen p-Laut, ist ein sprachgeschichtlicher Zufall. Aber es ist ein Zufall, der einer Systematik folgt: Nimmt man sich andere Wörter, die im Deutschen ein pf haben (Kopf, Pforte, stopfen), und sucht nach einem Äquivalent im Englischen oder Niederländischen, findet man dort auch einen p-Laut (nl. kop, engl. port, nl. stoppen) – unabhängig davon, ob die Bedeutung in beiden Sprachen exakt übereinstimmt. Aus diesen systematischen Unterschieden kann man Rückschlüsse ziehen auf den genauen Grad der Verwandtschaft der Sprachen oder darauf, wie das Wort in früheren Zeiten, über die vielleicht keine Belege vorliegen (oder zumindest nicht für jedes Wort), gelautet haben muss. Der Vergleich ist aber auch dann interessant, wenn man ihn auf der Ebene der heutigen Sprachverwendung zieht.

Weiterlesen
Ligatures and contextual alternates

The self‌less butterfly. Or: Using and avoiding ligatures.

Typeset letters of the Latin alphabet are typically unconnected – such as the ones you are reading right now. There are typefaces in which letter shapes (glyphs) appear mostly connected (e.g., styles mimicking handwriting or calligraphy). In this piece, though, I will focus on typefaces in which most glyphs are not connected to their neighbours, but separated from them by a certain amount of white space.

Even in such typefaces, there are cases in which letters are represented by a connected shape. This is referred to as a ligature. There are two common reasons for using ligatures: First, the juxtaposition of letters in a word can lead to an overlap of shapes that is considered aesthetically displeasing by the designer. Adding more white space between the shapes does not always resolve the problem in a way that is seen as satisfactory. Sometimes it is perceived as a better solution to merge the overlapping shapes into one shape that represents several letters. Second, ligatures can also be used for decorative purposes, when shared shapes are created for letters that normally would not overlap.

In digital typesetting, a ligature that deals with an unwanted overlap is referred to as a ‘standard’ ligature (OpenType feature liga) – shown in the top part of the picture below. The overlapping glyphs are highlighted in red; the ligature glyph in which the accidental overlap is replaced by a smooth connection is highlighted in blue. A decorative ligature is a ‘discretionary’ ligature (OpenType feature dlig) – shown in the bottom part of the picture. The glyphs highlighted in green do not overlap; when a connecting element is added, this leads to the blue ligature glyphs. Discretionary ligatures are often used sparingly and, as the name indicates, at the typesetter’s discretion. Their use will not be discussed here. (The serif typeface used for all the samples in this article is Noort by Juan Bruce.)

Standard ligatures and discretionary ligatures

In this piece, I would like to argue the following:

  • It is preferable to avoid standard ligatures (i.e., ligatures used for dealing with glyph overlaps) and to handle overlaps in a way that keeps letter shapes unconnected.
  • If standard ligatures are used, their use must be in line with language-specific structural rules. Unconnected alternatives must be provided for all ligature pairs.
Weiterlesen

Von der Leyen Commission: Names and pronunciations

This is a list of the commissioners of the von der Leyen Commission, the European Commission in office from 1 December 2019. For each commissioner, the name is given in the original script and, if need be, in Latin transcription. The portfolio and the country of origin are given in English. Each name was transcribed using the symbols of the International Phonetic Alphabet (IPA): The first transcription indicates the pronunciation as it can be heard in the country of origin of the commissioner. Where applicable, German and English approximations of the original pronunciation are suggested.

I would not have been able to compile this list without the help of many others. Thanks to all of them! All remaining errors are mine, of course. Corrections, suggestions or suggestions of corrections are highly welcome. Some additional information on the transcriptions can be found below the list.

Ursula von der Leyen
President   |   🇩🇪 Germany
Original pronunciation: [ˌʊʁzula ˌfɔn ˌdeːɐ̯ ˈlaɪ̯ən] or [ˈfɔn ˌdeːɐ̯ ˌlaɪ̯ən]
English pronunciation: [ˌɜːʳsjələ ˌvɒn ˌdəʳ ˈlaɪ̯ən] or [ˈvɒn ˌdəʳ ˌlaɪ̯ən]

Frans Timmermans
Climate Action (Executive Vice President)   |   🇳🇱 The Netherlands
Original pronunciation: [ˌfɾɑns ˈtɪmɚmɑns]
English pronunciation: [ˌfɹæns ˈtɪməʳmənz]
German pronunciation: [ˌfʁans ˈtɪmɐmans]

Margrethe Vestager
Competition (Executive Vice President)   |   🇩🇰 Denmark
Original pronunciation: [mɑˌɡ̊ʁeːˀd̥ə ˈʋɛstæːˀɐ]
English pronunciation: [məʳˌɡɹeɪ̯tə ˈvɛsteɪ̯əʳ]
German pronunciation: [maɐ̯ˌɡʁeːtə ˈʋɛstɛːɐ]

Weiterlesen
Uitspraak van de ‘g’ in Engelse leenwoorden in het Nederlands

Met de ‘g’ van ‘googelen’

Het Nederlands is een rare taal – althans, als je het vanuit het perspectief van zijn buurtalen bekijkt. Anders dan het Duits, Engels of Frans heeft het Nederlands geen foneem /ɡ/ (behalve in een aantal vrij recente leenwoorden). De letter ⟨g⟩ die in veel andere talen voor het foneem /ɡ/ staat, duidt in het Ne­der­lands meestal het foneem /ɣ/ aan. De fonetische realisatie van dat foneem varieert: in het noorden, oosten en westen van het taalgebied is het meestal [χ], in het zuiden kan het [ɣ] of  [ʝ] zijn en in het zuidwesten zelfs [ɦ]. Aan het einde van een woord worden al die klanken stemloos uitgesproken (voor zover ze dat niet sowieso al zijn). Hoe dan ook, het komt erop neer dat sprekers van het Nederlands die de letter ⟨g⟩ zien, waarschijnlijk niet direct de neiging zullen hebben om die als /ɡ/ uit te spreken. Maar Ne­der­landers spreken talen waarin er wél een foneem /ɡ/ is dat door de letter ⟨g⟩ wordt weergegeven. En ze weten heus dat hun taal een beetje gek doet in vergelijking met alle buurtalen. Wat gebeurt er dus als een woord met een ⟨g⟩ de grens oversteekt? Zo’n woord is ‘goal’ (doelpunt), ontleend aan het Engels. Dat wordt vaak gebruikt als voorbeeld van een woord dat in het Nederlands met /ɡ/ wordt uitgesproken. Hier is in het verleden al onderzoek naar gedaan (van Bezooijen & Gerritsen, 1994); daaruit bleek dat het woord ‘goal’ door rond een derde van de ondervraagde sprekers met een /ɣ/ werd uitgesproken. Alle sprekers die aangaven dat ze ‘goal’ met een /ɣ/ uitspreken, waren uit het zuiden van het taalgebied afkomstig (Valkenburg in Nederlands-Limburg of Tielt in het Belgische West-Vlaanderen). Dat zijn resultaten van 25 jaar geleden; ik weet niet of er nieuwer onderzoek naar de uitspraak van dat woord is.

En hoe zit het met nog recentere ontleningen? Laatst werd ik door Duitsers gevraagd hoe je het woord ‘googelen’ (op internet zoeken met behulp van de zoekmachine Google) in het Nederlands uitspreekt. Zijn die maffe westerburen zo gek om hun ‘eigen’ /ɣ/ te gebruiken en ‘choechelen’ te zeggen? Ik had die uitspraak nog nooit gehoord. Korte navraag bij een moedertaalspreker uit Noord-Nederland (Drenthe, Groningen) leerde dat ook hij de uitspraak met een /ɡ/ prefereerde. Maar, zei een van mijn Duitstalige kennissen, op de Nederlandse Wiktionary staat dat het woord in Limburg wel degelijk met een /ɣ/ wordt uitgesproken. Die transcriptie staat er al sinds 19 juli 2009, toegevoegd door de gebruiker Oos­westhoesbes – zonder enige bronvermelding. Maar hoe zit het echt? Zou die gebruiker gelijk hebben en zeggen Limburgers inderdaad een /ɣ/ in dat woord? Ik heb geen definitief antwoord op deze vraag, maar wel wat data tot mijn beschikking die op sociale media zijn verzameld. We zijn ons allemaal bewust van de beperkingen van het verzamelen van data via social media. Aangezien dit geen weten­schappelijk onderzoek is maar een blogje, ga ik daar verder geen aandacht aan besteden. De grootte van het korreltje zout waarmee de resultaten moeten worden genomen, mag iedereen zelf bepalen.

Weiterlesen
Plakat von WeGo Public Transit, der Verkehrsgesellschaft von Nashville, mit dem Text ›Driving is booooring‹

It is possible to get on a bus. Oder: ÖPNV in the USA.

Von was, das es woanders auf der Welt gibt, aber nicht in dem Land, in dem du lebst, würdest du dir wünschen, dass es das auch bei dir gäbe? Wenn diese Frage gestellt wird, ist die Antwort, die ich von US-Amerikanern gehört und gelesen habe, oft dieselbe: einen öffentlichen Personennahverkehr ›wie in Europa‹. Aber was ist eigentlich der Unterschied? Vor ein paar Wochen bin ich in Düsseldorf in ein Flugzeug gestiegen und in Nashville, Tennessee aus einem anderen Flugzeug. Meine Eindrücke, die auf Beobachtungen am Start- und Endpunkt dieser Reise beruhen, geben einen Einblick in das, was links des Atlantiks anders ist als rechts davon – zumindest dann, wenn man in einen Bus steigt.

Panorama der Innenstadt von Nashville
Weiterlesen

›Kriege und Brände überstanden‹: Der Quadenhof in Gerresheim

Wer die Düsseldorfer Innenstadt in gerader Linie gen Osten verlässt und erst anhält, wenn die Orts­schilder fast schon ›Erkrath‹ zeigen, befindet sich wahrscheinlich in Gerresheim: einst eigenständige Kleinstadt, seit 1909 Stadtteil von Düsseldorf. Wer vom zentral in der Altstadt gelegenen Gerricusplatz in einen schmalen Durchgang abbiegt, steht vor dem Quadenhof, einem im Stil der Spätgotik gehaltenen Adelssitz aus dem Jahr 1436. Und wer dann nach links blickt, sieht eine Tafel, die in aller Kürze die Geschichte und Besitzverhältnisse des Gebäudes zusammenfasst – und vor Ligaturen nur so strotzt:

Tafel am Quadenhof in Düsseldorf-Gerresheim

Hier die Liste der Ligaturen und auf‌fälligen kontextbasierten Varianten von oben nach unten:

Weiterlesen