Schlagwort-Archive: Niederlande

Celebrating Dialect Month: 31 songs in small Germanic varieties

In 1986, SONT – a dialect organisation from the Netherlands – declared March to be ‘Dialect Month’. In 2016, March as Dialect Month is surprisingly still celebrated in the Netherlands. Perhaps not so surprisingly, the idea did not catch on anywhere else (not even in Belgium). That is too bad.

My 2016 contribution to promoting March as Dialect Month outside the Netherlands – and slightly widening its focus – was this: On each day of March, I posted and tweeted about a song that is sung in a small Germanic variety. In my definition, this is any variety that belongs to the Germanic branch of the Indo-European language family, except for standardised varieties of the most widely spoken national languages (e.g. English, German, Dutch, Swedish etc.). You know what these standard varieties sound like (and if you don’t, that is easily remedied). My list of songs features varieties that are not used by as many speakers and therefore not heard as frequently. Some of the varieties in my list may even be at risk of becoming extinct in a not-too-distant future. Let’s listen to them while they are still being used.

Below is a highly subjective, completely unrepresentative list of 31 songs in small Germanic varieties. On Twitter, I used #SiSGV (Songs in Small Germanic Varieties) as a hashtag. All songs can be found in this Spotify playlist (I am sorry if you can’t listen to all songs in your country) and, whenever possible, I tried to supply links to other legal sources as well as the lyrics of each song. If you have any questions, suggestions or corrections, feel free to comment. Here is the list:

Weiterlesen

Bram de Does (1934–2015): “Ik sta schaakmat”

On 28 December 2015, Dutch type designer and typographer Bram de Does (* 1934) passed away. Jan Middendorp (@DutchTypeJam) honoured him by posting a picture in which we see text handwritten by De Does. The text is a reply to a comment that Peter Matthias Noordzij made on the letter ‘k’ of a custom headline version of De Does’ Lexicon typeface. The reply is in Dutch, so I tried to translate it to English:

“I can understand that you find it [the letter ‘k’] ugly. I do not manage to find it really beautiful either, but still do not know what I could improve in it. I do not want to make the bottom serif on the right any wider; ‘k’ already leaves such a large gap on the right-hand side. I do not want to make the upper right-hand part extend more to the right because this would cause these white spaces [cf. picture] to differ so much. I do not want to lower the junction in the middle because the space labelled ‘b’ would become even smaller then. Do you have any ideas? I am checkmated.”

In the third, fourth and fifth sentence, De Does uses object-initial constructions in Dutch, which are difficult to render in English. A construction that uses left dislocation probably comes closest in English: ‘The junction, I don’t want to lower it’ – but that does not sound particularly natural to me.

Straatnaamborden in Groningen: aanvullende inzichten

Het is bijna vier maanden geleden dat ik twee stukjes over de vormgeving van straatnaamborden in de stad Groningen heb geplaatst. Al kort na de publicatie van die twee artikelen heeft Rob Essers contact met me gezocht. Rob is de samensteller van een (hele fijne want complete en actuele) stratenlijst van de gemeente Nijmegen. Dat de aandacht van de samensteller van zo’n stratenlijst op een gegeven moment ook op straatnaamborden valt, zal niemand verbazen. En wat blijkt? In Nijmegen hangen er straatnaamborden die vrijwel identiek zijn aan een type Groningse straatnaamborden dat ik in een van mijn artikelen heb beschreven: het gaat om de donkerblauwe straatnaamborden die in de binnenstad nogal frequent zijn en waarvan ik denk dat dit type borden het tweede oudste is.
Verlengde Visscherstraat
Op noviomagus.nl – een “geschiedeniswebsite over Nijmegen” (de Romeinen noemden Nijmegen ‘Ulpia Noviomagus Batavorum’) – zijn een aantal rijksmonumenten in die stad beschreven waaronder een pand in een straat met de naam ‘Ganzenheuvel’ (kijk even hier). De foto’s laten borden zien waarop, net als op de borden in Groningen, een smalle classicistische letter staat. In Nijmegen zijn de borden ingemetseld, maar in allebei de steden gaat het blijkbaar om borden van geëmailleerde lava. “Het materiaal is opvallend licht van gewicht”, schrijft me Rob Essers die één van die borden eens in handen heeft gehad. Op Noviomagus schrijft hij verder dat er “nog maar heel weinig borden van dit type in Nijmegen bewaard” zijn gebleven – terwijl er in Groningen best veel van hangen (zie mijn Flickr-collectie).

Naast het feit dat Groningen niet de enige stad is waar dit soort borden hangen, heeft Essers nog twee details weten te ontdekken: ten eerste heeft hij een bord van dit type gevonden waarop een straatnaam staat die sinds september 1886 niet meer in gebruik is. Hierdoor weten we dus dat dit soort bordjes vóór die tijd al in Nijmegen hing (en wellicht ook in Groningen). In mijn eigen artikel was ik, bij gebrek aan oude(re) foto’s, van omstreeks 1900 uitgegaan. Heel interessant dat de weinige Nijmeegse bordjes die er nog zijn van dit type, en wie weet ook (sommige van) de Groningse bordjes al zo oud zijn!

Ten tweede heeft Essers aanwijzingen waar de Groningse straatnaamborden vandaan kwamen. Die aanwijzingen komen uit de correspondentie van de Middelburgse stadsarchitect met het bedrijf dat in 1885 straatnaamborden voor deze stad zou leveren. Uit deze correspondentie wordt geciteerd in een artikel dat al tien jaar geleden in De Wete is gepubliceerd, het tijdschrift van de Heemkundige Kring Walcheren: een zekere François Gillet uit Parijs schrijft aan de stadsarchitect dat zijn bedrijf reeds straatnaamborden naar Nijmegen heeft geleverd. Het lijkt me aannemelijk dat alle Nijmeegse straatnaamborden uit die tijd door hetzelfde bedrijf zijn geleverd (en niet door een concurrent van Gillet). Aangezien de Nijmeegse bordjes identiek zijn aan de Groningse bordjes van het type dat ik boven heb laten zien, zouden we ervan uit kunnen gaan dat de borden in allebei de steden door Gillet zijn gemaakt. Van de Middelburgse bordjes uit die tijd staan er helaas geen plaatjes in het Wete-artikel (of er zijn gewoon geen borden meer uit die periode). Wel zijn er een aantal foto’s van andere Middelburgse borden die sterk lijken op het tweede type borden dat ik hier heb beschreven. Het gaat om de afgeronde borden met de geometrische schreefloze letter die ook zo’n beetje overal in het centrum van Groningen te zien zijn.
E. Thom à Thuessinklaan
Met het oog op het letterontwerp kunnen we uitsluiten dat de correspondentie uit 1885 over dit type borden ging. Wel zou het mogelijk zijn dat Middelburg het huis Gillet trouw is gebleven, dus dat ook latere borden uit Parijs kwamen. Als we wisten of dit zo was (of hoe de 19e-eeuwse bordjes in Middelburg eruitzagen), zou dat aanvullend licht op de oorsprong van de Groningse borden werpen. Uit de correspondentie van Gillet met de stadsarchitect blijkt in ieder geval dat het bedrijf niet alleen maar Nijmegen en Middelburg van bordjes heeft voorzien. Borden uit Parijs zouden in Parijs zelf, maar ook elders in Frankrijk (Lyon, Versailles, Le Havre, Cherbourg, Le Mans, Calais, Boulogne, Lille, Roubaix, Duinkerken) en in enkele steden in het Nederlandse taalgebied (Gent, Arnhem, ’s-Hertogenbosch) hangen of hebben gehangen. Misschien zijn er in een van deze steden zowel plaatjes van borden uit de 19e eeuw als gegevens over hun herkomst. Nog steeds geldt: als je meer weet, hoor ik het graag.

Op stee. Drentse en Groninger plaatsnamen verzameld ★★★✩✩

n Kollegoa van mie is geboren en opgruid in Börk in Drìnt. Hai het ais n moal zegd dat t n dörp is dat allènt mor om twij reden op de landelke media komt: oorlog en file. In t Nederlands wordt Börk nait ‘Börk’ nuimd, mor ‘Westerbork’ – of, deur wèl der nait opgruid is, ‘Wésterbork’. Mien kollegoa is wis en zeker nait d’ainege dij dat nait geern heurt. In t dörp zulf zeggen ze, as ze Nederlands proaten, noamelk ‘Westerbórk’ – mit de klemtoon op de leste lettergreep. Dat is nog nait tot Hilversum deurdrongen (en meschains nog ìns nait tot elkenain in Azzen). Over dat onderwaarp – noamen van ploatsen in Grunnen en Drìnt – gaait ‘Op stee’, n boukje dat kört leden oetbrocht is deur t Bureau Groninger Taal en Cultuur en t Huus van de Taol. t Is n keerbouk mit twij veurkanten: aan d’aine kaande t Drìntse dail, aan d’aandere t Grunneger dail. Op dij menaaier staait gain van de streektoalen achter in t bouk – n leuk trucje.

In t centrum van baaide dailen staait n lieste van ploatsnoamen zo as dij in t dialect broekt worden. In t Grunneger dail van t bouk nemt dij lieste sikkom vatteg bladzieden in beslag. In t Drìntse dail binnen t mor tien. De reden doarveur ligt in t vleden. De gegevens over hou dij ploatsen tegenwoordeg nuimd worden, kommen oet de Vroag/Vraog & Antwoord-enquêtes. In Grunnen is dat n vervolg op n enquête oet de joaren 80; in Drìnt is ter gain veurganger. Over de verglieken van de nije en de olle Grunneger gegevens vaalt vanzulf meer te vertellen. De Drìntse lieste is dus sowieso wat moagerder, mor hai vaalt mie dubbel òf. Twijmoal wordt ter in t Drìntse dail van t boukje op wezen dat de klemtoon van ploatsnoamen (zowel in t dialect as in de standaardtoal) nait te veurspellen is. Dou k de lieste opsluig om ais op te zuiken hou of je ‘Lukkenwol’ goud oetspreken, mos k laggen. De klemtoon is gewoon nait aangeven! k Neem nait aan dat ze t vergeten binnen, dus t zel wel mit n gebrek aan gegevens te moaken hebben. t Is hou din ook n minpunt. Ook veur de rest het t Drìntse dail veul minder om hakken. t Was schienboarliek de bedoulen dat elk van de twij dailen 63 bladzieden vult. In t Drìntse dail mozzen doarveur tal van waaineg relevante zinnen oet woordenbouken citeerd worden en hoast net zo veul gedichten doar bie touval ain of twij ploatsnoamen in veurkommen. Wat mie betreft, haar haalfschaid van dij zinnen en gedichten makkelk achterwege blieven kind.

Weiterlesen

Leren pinnen*

Vor einer Woche bin ich von den Niederlanden zurück nach Deutschland gezogen. Ein im Alltag spürbarer Unterschied zwischen den Ländern ist, dass Kartenzahlung in den Niederlanden wesentlich gängiger ist. Im Jahr 2013 fanden in Deutschland rund 2,5 Milliarden Zahlungen mit Bankkarte statt (sagt Die Deutsche Kreditwirtschaft); in den Niederlanden waren es im selben Zeitraum 2,66 Milliarden (sagt die Betaalvereniging Nederland). Umgerechnet auf die Einwohnerzahlen bedeutet das, dass statistisch gesehen jeder Deutsche etwa 30 Mal in diesem Jahr mit Karte bezahlt hat und jeder Niederländer knapp 160 Mal ›gepind‹ hat. Dieser Unterschied schlägt sich in zwei Punkten nieder: erstens in der Zahl der Verkaufsstellen, die überhaupt Kartenzahlung akzeptieren, zweitens in der Bequemlichkeit, mit der die Zahlungen ablaufen. Bis 2010, als ich aus Deutschland wegging, hatte Kartenzahlung für mich praktisch keine Rolle gespielt. Ich werde irgendwann mal was mit Karte bezahlt haben, aber erinnere mich, ehrlich gesagt, nicht mehr dran. In den Niederlanden habe ich zuletzt beinahe alles mit Karte bezahlt – eine Gewohnheit, die ich in Deutschland fortzusetzen versuchen wollte. Ich wusste ja, wie es geht.

Dachte ich. Es gibt vier Arten und Weisen, eine Bankkarte in so ein Lesegerät zu schieben. In den Niederlanden bin ich praktisch nur der Art und Weise begegnet, bei der der Magnetstreifen auf der Karte vom Betrachter wegzeigt (also nach unten oder hinten, je nach Positionierung des Kartenschlitzes) und der Chip in der Karte im Lesegerät verschwindet. Bei meiner ersten Kartenzahlung in Deutschland – im Tedox-Baumarkt – habe ich es daher so versucht: »Andersrum«, sagte die Kassiererin. Ich drehte die Karte so, dass der Chip sich nun nicht mehr im Gerät befand, aber der Magnetstreifen weiterhin von mir wegzeigte. »Nee, noch anders.« Jetzt zeigte der Magnetstreifen zu mir. Immer noch falsch. Schön, dass niemand hinter mir in der Kassenschlange war, während ich – Kartenzahlungsexperte (NL) – alle vier Arten, eine Karte in ein Lesegerät einzuführen, ausprobierte. Ich lernte: Chip im Gerät (macht Sinn), Magnetstreifen nach oben. Nach Eingeben meiner PIN war der metallene Papierkorb bezahlt. Aufgrund von Vorkommnissen wie diesem, so lernte ich später, ist der Kartenleser in einigen Geschäften zum Kassenpersonal, nicht zum Kunden gerichtet. Man übergibt dem Mitarbeiter seine Karte, der sie korrekt ins Gerät schiebt und anschließend dem Kunden das Gerät zudreht – ein archaisch anmutendes Verfahren.

Weiterlesen

Straatnaamborden in Groningen: zeldzame types en curiosa

In het eerste artikel hebben we de vier soorten straatnaamborden gezien die in de binnenstad van Groningen het vaakst voorkomen. Maar wie deze frequente types heeft gezien, kent nog niet de hele variatiebreedte. Daarom hier: vier types straatnaamborden die zeldzaam zijn, maar meermalen voorkomen, en een aantal borden waarvan ik slechts één exemplaar heb kunnen ontdekken. Ook alle foto’s uit dit artikel (en nog veel meer) heb ik toegevoegd aan de Flickr-collectie.

Aan het begin van dit tweede deel van de lijst staan borden met daarop een Amerikaans lettertype. Borden van dit model zijn niet alleen in Groningen, maar in heel Nederland te zien:
Westerhavenstraat
De achtergrondkleur is lichter en de witte lijn dikker dan bij de meeste types uit het eerste deel. Ook zijn de borden voorzien van een reflecterend laagje. Het lettertype is gebaseerd op de Highway Gothic die in de jaren 40 in de VS is ontwikkeld. Dit ontwerp, ook FHWA-lettertype genoemd, bestaat in zes verschillende breedtes. In Nederland is voor de op een na breedste variant – serie E – gekozen (waarbij de smallere serie C wel eens te zien is, maar nauwelijks op straatnaamborden in Groningen). In Nederland kreeg het lettertype de naam ‘ANWB-Ee’ en is vanaf eind jaren 60 in gebruik geweest. Het is een humanistisch schreefloos lettertype. Dit soort letters bestaat, anders dan geometrische lettertypes, niet alleen uit eenvoudige vormen als cirkels en strepen, maar is (los) gebaseerd op handgeschreven letters. Daarom zien we hier een grotere vormvariatie binnen de letters. De keuze voor dit lettertype voor straatnaamborden betekende een harde breuk met de traditie: dit lettertype is niet ontworpen om elegant te zijn, maar in de eerste plaats met het oogmerk van leesbaarheid. Het is ook daarom dat niet enkel hoofdletters, maar ook kleine letters zijn gebruikt. Aangezien men dit lettertype in het hele land ging toepassen, is er sprake van sterke standaardisering. De borden zien er allemaal nagenoeg hetzelfde uit. Slechts één variant – met een iets kleinere lijndikte – heb ik op enkele plekken gevonden, zoals hier:

Dit lettertype is in ieder geval tot aan het begin van deze eeuw gebruikt. Het heeft inmiddels concurrentie gekregen van de ANWB-Uu, een letter die we direct hieronder zullen bekijken. Ik weet niet of de ANWB-Ee inmiddels helemaal niet meer wordt gebruikt. In de binnenstad en de omliggende oude wijken is dit lettertype niet heel vaak, maar toch regelmatig te zien. In nieuwbouwwijken die in of na de jaren 70 zijn ontstaan, is deze stijl vrijwel de enige die je tegenkomt. Als we de borden in de hele stad naar frequentie zouden rangschikken, zou dit type bord zonder enige twijfel op één staan.

Weiterlesen

Straatnaamborden in Groningen: de belangrijkste types

In de stad Groningen zijn er veel interessante straatnamen*: korte (‘Ra’) en lange (‘Oostersin­gel­dwarsstraat’), transparante (‘Stationsstraat’) en ondoorzichtige (‘Tingtangstraatje’ – tal van verklaringen, maar welke klopt?). Er is een Brugstraat die niet naar een brug is vernoemd (maar naar een middeleeuws geslacht) – voldoende materiaal in ieder geval om er boeken over te schrijven. Dat is dan ook gebeurd. Veel minder is geschreven over de borden waarop de straatnamen staan en over hun vormgeving. Ik heb online en offline wat gezocht, maar geen boek of artikel gevonden dat zich hiermee bezig houdt. Heb ik iets over het hoofd gezien? Laat het me dan weten. Dit geldt trouwens voor het hele artikel dat voor een groot deel op observaties en vermoedens berust. Als je meer weet, hoor ik het graag.

Hoe zien ze er dus uit, de straatnaamborden in de stad? Ik heb frequente en minder frequente soorten gevonden (en wat curiosa). In dit artikel besteed ik aandacht aan de vier soorten straatnaamborden die het vaakst te zien zijn in de binnenstad van Groningen en de oude wijken daaromheen. In een tweede artikel laat ik borden zien die je daar minder vaak tegenkomt. De reden om de borden naar frequentie te rangschikken is simpel: ik weet niet genoeg over de ontstaansgeschiedenis van de borden om ze in een chronologische volgorde te kunnen brengen. Aanvullende informatie hierover is daarom, zoals gezegd, zeer welkom. Ook wil ik vermelden dat de rangorde niet voor de hele stad klopt, maar alleen voor de genoemde wijken; we zullen het er in het tweede artikel nog eens over hebben. Alle foto’s uit beide artikelen (en nog veel meer) staan in een Flickr-collectie bij dit artikel.

Als je in de binnenstad van Groningen rondloopt en je kijkt omhoog naar een straatnaambord, is er veel kans dat het er zo uitziet (ook al is de ophanging in het onderstaande geval wat atypisch):

Weiterlesen

Vierte Generation

Im Juli 2013 hatte ich hier drei verschiedene Verpackungen gezeigt, in denen ein bestimmter Kräuteraufguss von Pickwick in niederländischen Supermarktregalen stand. Dabei hatte ich meine Verwunderung darüber geäußert, dass das Verpackungsdesign innerhalb von rund anderthalb Jahren zweimal ausgetauscht wurde. D.E Master Blenders 1753 – das Unternehmen, zu dem die Marke Pickwick gehört – scheint es für nötig zu halten, die Gestaltung kompletter Produktlinien alle paar Monate überarbeiten zu lassen. Es wurde schließlich jeweils nicht nur die eine Verpackung angepasst, die ich hier exemplarisch zeige, sondern, denselben Gestaltungsprinzipien folgend, auch die von sieben oder acht weiteren Kräutertees (aus der ›Herbal Goodness‹-Reihe, zuvor ›Herbal Garden‹).

Vor einigen Wochen – Mitte September ungefähr – habe ich mich wieder gewundert. Die Verpackung des Tees (und, wie gesagt, aller anderen Herbal-Goodness-Tees) hat nämlich zum vierten Mal in höchstens drei Jahren eine neue Gestaltung bekommen. Die sieht so aus:

Die Bezeichnung der Produktlinie ist, gegenüber der vorherigen Gestaltung, sehr in den Hintergrund getreten. Dafür ist das Kräutermotiv, erstmals seit 2011, flächig über die ganze Frontseite der Verpackung gezogen – was ich optisch nicht reizlos finde. Von der Minze, die auch drin sein soll, sieht man zwar nicht mehr viel, aber dafür kommen eine Menge Anisblüten ins Bild. Die Information, dass der Tee – wer hätte es gedacht? – ›100% natuurlijk‹ ist, kam neu hinzu. Dafür musste die Beschreibung der enthaltenen Kräuter an dieser Stelle etwas knapper gefasst werden, auch um Platz für ein Piktogramm zu machen, das die Zahl der enthaltenen Beutel angibt (die vorher auf der Seite der Packung genannt war). Vom kräftigen Blau, das der vorherigen Gestaltung – zusammen mit der Museo als Schriftart – einen eher kühlen Charme gab, ist nur ein blasser Hintergrund geblieben. Die in grün und schwarz gesetzten Schriftarten sind die Gotham (Tobias Frere-Jones, 2000) und die Berlin Sans (David Berlow und Matthew Butterick, 1994; basierend auf der Negro von Lucian Bernhard). Letztere ist, vor allem auf anderen Packungen aus derselben Reihe, erheblich in der Breite gestaucht; nur so, scheint’s, konnte man lange Produktnamen wie ›Spijsvertering‹ (Verdauung) unterbringen, ohne die Versalhöhe reduzieren zu müssen. Außerdem wurden einige Buchstaben, im vorliegenden Fall das ›S‹, im Interesse einer besseren Lesbarkeit modifiziert. Insgesamt wirkt die neue Gestaltung ansprechend auf mich und zweifelsohne frischer als die allererste, die 2011 noch verwendet wurde – aber so richtig überzeugt, dass Kräutertee jährlich ein neues Verpackungsdesign braucht, bin ich immer noch nicht.

Poetsen

Und noch ein gelöstes Rätsel: Welche Schriftart verwendet die niederländische Bahn (NS) auf einem aktuellen Flyer zur OV-Chipkaart, einer Karte für den bargeldlosen Erwerb von Fahrkarten für öffentliche Verkehrsmitteln? Der Flyer ist (ausschnittweise) hier zu sehen:


Die Hausschrift der NS, Frutiger, kommt auf dem Flyer ebenfalls zum Einsatz, aber mich interessierte die handschriftlich angehauchte Schriftart, die für die Überschriften verwendet wurde. Und die entpuppte sich – wer hätte das gedacht? – als Freefont. Es ist die Poetsen von Rodrigo Fuenzalida und Pablo Impallari, deren erste Version 2012 veröffentlicht wurde.


Ich weiß nicht, warum sich Fuenzalida (aus Venezuela) und Impallari (aus Argentinien) für ›Poetsen‹ als Namen ihrer Schrifart entschieden haben. Witzig ist in jedem Fall, dass die Poetsen jetzt verwendet wird, um Text in der – abgesehen von Afrikaans – wohl einzigen Sprache der Welt darzustellen, in der der Name der Schriftart etwas bedeutet, nämlich ›Putzen‹. Saubere Sache.

Auf Nachfrage hat mich der ›Vater‹ der Schriftart, Rodrigo Fuenzalida, wissen lassen, dass der Name der Schriftart tatsächlich vom niederländischen Wort für ›Putzen‹ abgeleitet ist. Die Schriftart basiert allerdings nicht auf niederländischen Vorlagen und der Designer hat – außer seiner Bewunderung für niederländische Schriftgestaltung – keine Bezüge in die Niederlande. Er fand das Wort wohl nur witzig und wollte ausdrücken, dass die ›Poetsen‹ sein Versuch ist, eine »handgeschriebene Pinselschrift durch die Verwendung klassischer Buchstabenportionen aufzupolieren« – oder eben aufzuputzen.

Kleine Rätsel

Ich fragte mich schon seit einer Weile, welche Schriftart das niederländische Verteidigungsministerium für seine Rekrutierungskampagne ›Werken bij Defensie – Je moet het maar kunnen‹ verwendet. Nach kurzen Recherchen habe ich die Schriftart heute identifiziert. Es ist die Capricorn von Jens Gehlhaar, um 1994 entworfen und 2007 veröffentlicht bei Die Gestalten.


Außer der Capricorn sind vom selben Designer nur ein paar angegrungte, heute eher uninteressante Fonts aus den 90ern kommerziell verfügbar (Übersicht bei Identifont). Gehlhaar hat Deutschland in Richtung Kalifornien verlassen – “At the college in Germany, I felt intellectually under-challenged […], I also felt that German design […] lagged behind Dutch, British and American design” (Quelle) – und gestaltet seitdem vor allem exklusive Schriftarten für Unternehmen.

Geboren wurde Gehlhaar am 31. Dezember 1965 in Peine, Niedersachsen (studiert hat er übrigens an der FH Niederrhein). Wirft man einen Blick auf die geografische Verteilung* seines Nachnamens, zeigt sich, dass die Stadt Peine (unten hervorgehoben) tatsächlich eines von mehreren Gebieten in Deutschland ist, in denen ›Gehlhaar‹ überdurchschnittlich häufig auftritt. Weitere Gehlhaar-Zentren sind die Stadt Erfurt, die Stadt Wilhelmshaven und das Umland von Leipzig.


Etymologisch handelt es sich bei ›Gehlhaar‹ um einen Übernamen, also einen beschreibenden Namen, der sich auf einen Ahn mit wohl blonden Haaren bezog. Die mittelhochdeutsche Form ›gël‹ für ›gelb‹, heute meist ›gehl‹ geschrieben, findet sich in der Hochsprache kaum noch; die meisten dürften die Form allenfalls aus dem Lied Backe, backe Kuchen (»Safran macht den Kuchen gehl!«) kennen. In vielen nord- wie süddeutschen Dialekten sowie im Niederländischen (dort ›geel‹ geschrieben und [χeɪ̯l] bzw. [ɣeːl] gesprochen) ist die Form allerdings noch gängig.

*  Die Karte wurde mit Geogen erstellt und steht unter der Lizenz CC BY-NC-SA 2.0.